Geschiedenis van de psychologie

Klinische psychologie

Molly Harrower en de evolutie van de klinische psychologie

In het Amerika van de jaren vijftig was de psychoanalyse dominant, hoewel het vaak niet wetenschappelijk onderbouwd was. De vorm en effectiviteit van psychotherapie was ook onduidelijk en er was geen consensus over de opleiding van klinisch psychologen.

Molly Harrower

  • Begon als experimenteel psycholoog.
  • Bestudeerde psychologische effecten van hersenchirurgie.
  • Benadrukte het belang van een grondige persoonlijke analyse voor aspirant-psychologen.
  • Onderscheidde psychologen van psychiaters door de nadruk te leggen op de gehele persoon in plaats van alleen op stoornissen.
  • Stelde dat psychologen hun experimentele rigiditeit moesten loslaten in de praktijk.

Paul Meehl

In zijn boek Clinical Evidence Versus Statistical Prediction benadrukte Paul Meehl het belang van empirische gegevens boven klinische beoordeling. Ondanks zijn waardering voor klinische gegevens, was er een voortdurende spanning tussen het laboratorium en de kliniek.

De Gouden Eeuw van de psychoanalyse

  • Psychoanalyse bereikte zijn hoogtepunt in de VS in de jaren 50, mede door zijn succes in het behandelen van psychiatrische gevallen na de Tweede Wereldoorlog.
  • Hollingworth en Lightner Witmer waren pioniers in de klinische psychologie.
  • Na de oorlog ontstond een tekort aan professionele behandelaars, waardoor er meer werd geïnvesteerd in opleidingsprogramma’s voor klinische psychologie.

De reis van Harrower

Molly Harrower speelde een centrale rol tijdens een conferentie in 1947, gefinancierd door de Josiah Macy Jr. Foundation, die zich richtte op de functie en opleiding van klinisch psychologen. Harrower's reis van experimentele naar klinische psychologie belichtte de uitdagingen van het opkomende veld.

Harrower's onderzoek en werk

  • Studeerde onder Koffka en zijn groep van Gestaltpsychologen.
  • Werkte samen met Kurt Goldstein en Wilder Penfield in het Montreal Neurological Institute.
  • Betrokken bij onderzoek met de Rorschachtest, een projectieve methode ontwikkeld door Hermann Rorschach, waarbij inktvlekken werden gebruikt om perceptuele processen te onderzoeken.
  • Ontwikkelde een methode voor groepsgewijze afname van de Rorschachtest.
  • Benadrukte in haar latere carrière de noodzaak voor psychologen om 'gedegen klinisch' te worden.

Samenvatting: Skahow en het Scientist-Practitioner Model

David Shakow en zijn bijdrage aan klinische psychologie

  • David Shakow (1901-1981) speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van een standaard opleidingsprogramma voor klinische psychologie in de VS na de National Mental Health Act van 1946.
  • Shakow had ervaring in het Worcester State Hospital en ontwikkelde daar een opleidingsprogramma voor klinische psychologie. Dit model werd overgenomen door andere instituten.
  • Shakow streefde naar een evenwicht tussen wetenschap en praktijk in de klinische psychologie.

Opleiding en accreditatie

  • In 1949 vond een historische conferentie plaats in Boulder, Colorado, waar aspecten van opleiding en beroepskwalificaties voor klinische psychologie werden besproken.
  • De conferentie concludeerde dat een doctorsgraad geschikt was voor klinisch psychologen, met drie kerntaken: diagnose, onderzoek en therapie.
  • Shakow benadrukte dat diagnose verder gaat dan het labelen van een aandoening. Onderzoek was voor hem de meest cruciale taak van een klinisch psycholoog, terwijl therapie als minder belangrijk werd beschouwd.

Shakow's uniek onderzoeksprogramma

Shakow leidde een onderzoeksproject waarin een psychoanalyse volledig werd onderzocht. Dit toonde aan hoe complex het is om psychotherapie objectief te onderzoeken.

Scientist-Practitioner model

Shakow legde de basis voor het scientist-practitioner model, dat het belang van wetenschappelijk onderzoek combineert met praktische toepassingen in klinische opleidingen.

Kritiek op het Scientist-Practitioner model

  • George Albee bekritiseerde het model voor zijn nadruk op het medische model van geestesziekte.
  • Hans Eysenck was tegen het opnemen van psychotherapie in de opleiding voor klinische psychologie en stelde een alternatief voor.

Rogers en cliëntgerichte therapie

  • Carl Rogers (1902-1987) was een pionier in het empirisch onderzoek van psychotherapie.
  • Rogers ontwikkelde de cliëntgerichte therapie, die nadruk legt op het belang van bepaalde therapeutische aspecten.
  • Belangrijke begrippen in Rogers' theorie zijn 'zelfverwerkelijking' en 'incongruentie'.

Psychotherapeutisch onderzoek

Rogers speelde een belangrijke rol in psychotherapeutisch onderzoek, waarin de effectiviteit van therapie wetenschappelijk werd onderzocht. Hieruit bleek dat gemeenschappelijke, relationele factoren cruciaal zijn voor therapeutische verandering.

Beck en de ontwikkeling van de cognitieve therapie

In de klinische psychologie breidde de nadruk op psychotherapeutisch onderzoek zich uit naar de psychiatrie. Een prominente figuur in dit veld was Aaron Beck, die oorspronkelijk een psychoanalyticus was, maar later de grondlegger werd van de cognitieve therapie.

Belangrijke Personen

  • Aaron Beck:
    • Begon als psychoanalyticus
    • Oprichter van de Beck Depression Inventory
    • Gelooft dat depressie samenhangt met systematische denkfouten
  • Albert Ellis:
    • Oprichter van de rationeel-emotieve therapie (RET)
    • Ontwikkelde het ABC-model

Belangrijke Begrippen

  • Beck Depression Inventory: Een vragenlijst waarmee respondenten de frequentie en ernst van hun depressiekenmerken kunnen beoordelen.
  • Rationeel-Emotieve Therapie (RET): Een therapie ontwikkeld door Albert Ellis die zich richt op het veranderen van attitudes en overtuigingen.
  • ABC-model: Ontwikkeld door Ellis, stelt dat iemands reactie op een gebeurtenis (A) wordt beïnvloed door zijn overtuigingen (B) die dan de emotionele en gedragsmatige gevolgen (C) beïnvloeden.
  • Cognitieve schema: Een kernovertuiging die informatie bevat over het zelf, de wereld, en de toekomst. Bij depressie zijn deze schema's vaak negatief.

Ontwikkeling van Cognitieve Therapie

Beck's afwijzing van de psychoanalytische benadering kwam na zijn onderzoek naar de oorzaken van depressie. Hij zag dat depressie niet overeenkwam met Freud's theorieën maar eerder met systematische denkfouten. Dit leidde tot zijn ontwikkeling van de cognitieve therapie die zich richt op het veranderen van deze denkfouten om depressie te behandelen.

Wetenschappelijke Evaluatie

Beck vergeleek de effectiviteit van cognitieve therapie met de behandeling van antidepressiva in de eerste randomized controlled trial (RCT). Resultaten toonden significante verbeteringen bij patiënten die cognitieve therapie ondergingen vergeleken met die behandeld met medicatie.

DSM-III en het veranderende landschap van psychotherapie

De publicatie van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-III) in 1980 zorgde voor een aanzienlijke verschuiving in de psychiatrische diagnostiek. Het bracht een atheoretische benadering met meer focus op symptomen en hun classificatie.

Hathaway en de MMPI

In de jaren 60 en 70, toen nieuwe vormen van psychotherapie opkwamen, werd het klinisch beoordelen herzien. Ondanks de populariteit van de Rorschach-methode, werd de Minnesota Multiphasic Personality Inventory (MMPI), een statistische meting van persoonlijkheidsfactoren die relevant zijn voor psychopathologie, gezien als een meer wetenschappelijke benadering.

  • Starke Hathaway (1903-1984): Een van de onderzoekers achter de MMPI. Hij was een experimenteel psycholoog die discussies had met Skinner over de rol van neurofysiologie bij gedrag. Hij ontwikkelde de MMPI om verschillende vormen van psychopathologie te meten en was kritisch over bestaande beoordelingsmethoden zoals de Rorschach.
  • Criterium-groepmethode: Een empirische, objectieve en statistische methode om psychologische tests te ontwikkelen, geïntroduceerd door Hathaway.

Van inktvlekken tot profielschetsen

Paul Meehl (1920-2003) werkte samen met Hathaway en was oorspronkelijk geïnteresseerd in de Rorschach. Later richtte hij zich op de MMPI en de validiteit van profielanalyse. Meehl en Hathaway publiceerden een atlas voor klinisch gebruik van de MMPI.

Hoewel de MMPI aan populariteit won, bleef de Rorschachtest geliefd, mede door zijn psychoanalytische benadering. De interpretatie ervan was echter tijdrovend en werd in de loop der tijd als ouderwets beschouwd.

Hedendaagse kwesties en discussies

Klinische psychologie is onderhevig aan verschillende hedendaagse discussies en vraagstukken:

  • Evidence-based practice (EBP): Een benadering die pleit voor het gebruik van wetenschappelijk geteste behandelingen. De meningen over EBP zijn echter verdeeld onder psychologen.
  • Debat over of psychologen medicijnen zouden moeten kunnen voorschrijven.
  • Discussie over de validiteit en het gebruik van de Rorschachtest, vooral na de publicatie van de inktvlekken op Wikipedia.
  • De identificatie van het veld van psychologie met de wetenschap blijft een punt van discussie.


Reacties

Er zijn nog geen reacties.
 Meld je aan met LinkedIn om te reageren